
Het was op een zonnige dag halverwege februari dat we in Athene op de veerboot naar Sifnos stapten. We waren niet de enige, het zat behoorlijk vol met opvallend veel Griekse gezinnen. Later vernamen we dat de veerboot een paar dagen ervoor niet had kunnen varen vanwege de harde wind. Een vliegveld heeft Sifnos niet, de ca. 2500 eilandbewoners zijn volledig afhankelijk van de veerboot. Deze gaat in de winter drie keer per week en doet op de heenweg ook nog Serifos aan en Milos, waarvan alleen het laatste eiland een vliegveld heeft. Hemelsbreed ligt Milos 140 km vanaf Kythira!
(klik op een foto voor een vergroting, dat geldt voor alle foto’s)
Na vijf uur varen en een beetje meegeluisterd te hebben (echt zachtjes praten ze niet, die Griekjes) met alle Griekse discussies over de zeer herkenbare eilandproblemen was het net alsof we tussen de Kytherianen zaten. De hoofdonderwerpen gingen vooral over het (niet) functioneren van de gemeente, het toerisme, een tekort aan doktoren en onderwijzers, huisvesting en de veerbootverbindingen.
Het was al donker toen de boot aanlegde in Kamares, de haven van Sifnos. In die stroom van zich naar buitenworstelende mensen op de smalle kade was het lastig zoeken naar de autoverhuurder en de eigenaar van de accommodatie. Dat deden we dan ook niet, we wachten rustig af. Nadat de mensenmassa langzaam minder werd stond er ineens een lange Griek voor ons, Albert? Anita? Het bleek Panajiotis te zijn, de eigenaar van de gehuurde accommodatie en hij wist uiteraard waar de autoverhuurder zijn kantoortje had.
We waren nog best lang onderweg naar het dorp Artemonas voor zo’n klein eiland van slechts 75km2. Sifnos past vier keer in Kythira, het heeft zelfs (bijna) dezelfde vorm. De hoogste berg op Kythira is 500 meter hoog, op Sifnos maar liefst 700 meter. Vandaar al dat geslinger over smalle weggetjes en langs die hele hoge bergrug, Ilias Profithis, die als een beschermende arm over het eiland ligt. Bij nacht zagen de cycladische dorpjes met alle lichtjes er welkom uit. Het was nog een stukje lopen door de autoloze steegjes om bij ons stekkie voor de komende dagen te komen, goede benen is hier wel een voorwaarde.
Onze buitengewoon aardige gastheer Panajiotis had extra elektrische verwarming neergezet want na de koude wintermaanden waren wij de eerste gasten van het nieuwe seizoen. Dat zouden we later in de week nog eens meemaken bij restaurant Cayenne (wat een zalig eten daar). Onze keuze was op deze week gevallen vanwege het zonnige en droge weer. Vooral dat laatste, zo gek als het klinkt, want het was een behoorlijke natte winter in Griekenland.
De volgende ochtend waren de witte huisjes nog witter en de kerkkoepels zo blauw als de Griekse lucht maar kan zijn. En kerken en kloosters hebben ze op Sifnos, wel dik 230. Eea is terug te leiden naar de Ottomaanse bezetting en de vrijheid die de Sifnians kregen van de Sultans om hun christelijke geloof te kunnen blijven belijden. De hoogste berg, die Ilias Profitis dus, lag ons dominant aan te gapen tijdens het eerste ontbijtje buiten in het zonnetje.

Op Sifnos zijn geweldige wandelpaden en die zijn op z’n minst net zo mooi als op Kythira: Sifnos Trails. De bewegwijzering was goed, de website uitstekend en de fysieke kaart van Sifnos Trails ging elke dag mee op pad. We hebben er drie dagen heerlijk gewandeld. Op dag vier…regende het. Jammer, want we wilden net naar het klooster Ilias Prophitis, op die hoge berg, klauteren. De laatste paar honderd meter moet je namelijk lopen. Ondertussen lag de bergtop dik in de mist en het begon te miezeren toen we bij de Acropolis van Sifnos arriveerden, de archeologische vindplaats van Agios Andreas. De oude stad die hier werd opgegraven is van Mykeense oorsprong, zo rond (1600 – 1100 v.Chr.) Pas in 2008 zijn de laatste opgravingen voltooid.
Een bezoek aan deze plek is zeer de moeite waard en het piepkleine museumpje op het complex is informatief. De curator leidde ons persoonlijk rond, we waren danook de enige bezoekers, maar dat is wel logisch in de winter. De mijnbouwactiviteiten op Sifnos begonnen al rond 2800 v.Chr. vooral de metaalhoudende grondstoffen waren zeer gewild. Denk aan lood, ijzer, zink en zilver! Er zijn verschillende periodes waarin de mijnbouw toenam, de laatste actieve periode is van de 20e eeuw. Jammer dat we een museum vaak als afsluiter bezoeken in plaats van ermee te beginnen.

Opvallend waren alle goedgebouwde stenen muurtjes, die niet door de tand des tijds waren ingestort maar nog altijd stevig op hun funderingen stonden. De eilandarchitectuur is bijzonder mooi. De typische vele witte cycladische huisje met platte daken, voor regenopvang, hier en daar een statig huis en de vele kerken. Slechts een enkel huis is voorzien van dakpannen. De typische duivenhuisjes, soms zelfs omgezet naar toeristische accommodaties, zijn in het oog springende mini torentjes. Zo maar ergens in het landschap. Het houden van duiven was gedurende de Venetiaanse periode en op meerdere Griekse eilanden een statussymbool. Duiven waren een culinaire lekkernij, de duivenpoep was uitstekende meststof en met de veren werd vast ook nog wel iets gedaan. Kussenvulling?!
Een reisje naar Sifnos is heerlijk, vooral de wandelingen zijn een verrijking voor het eiland, zo hebben we begrepen. In de winter was het lokale keramiek bedrijf nog dicht anders hadden we er zeker een kijkje genomen. Ik had trouwens nog best iets langer willen blijven maar de veerboottijden waren wat ongunstig en we hadden zin om naar huis te gaan. Naar die twee inmiddels bejaarde katjes van ons. Dan is het goed toch?
Anita
*meer reisverslagen in Griekenland lees je hier



























